.
Oktober 2025
Leestijd: 10 min
Auteur: Leonie van de Kant
“Wat is nou slechter, Onvoldoende of Zeer zwak?” “Kun je in het voortgezet onderwijs eigenlijk ook Zeer zwak worden?” “Dit is echt een zeer zwakke school! Er zijn hier zo veel zorgleerlingen.” Het zijn vragen of opmerkingen die ik vaker hoor dan je zou denken.
En eerlijk is eerlijk: het toezichtstelsel is niet altijd eenvoudig te doorgronden. Toch is het cruciaal dat schoolleiders precies weten wat de oordelen betekenen. Niet omdat het om labels gaat, maar omdat die oordelen iets zeggen over hoe het gaat met de essentie van het onderwijs: de kwaliteit van lesgeven, het leren van leerlingen en de veiligheid in de school. Het verschil tussen ‘Onvoldoende’ en ‘Zeer zwak’ is geen nuanceverschil. Het is het verschil tussen een waarschuwingslampje en een alarmbel.
Achter ieder oordeel gaat een eenvoudig maar scherp kader schuil, gebaseerd op onderwijswetgeving. De Inspectie kijkt naar drie kernvragen: krijgen leerlingen goed les, voelen ze zich veilig en leren ze voldoende? Deze vragen zijn uitgewerkt in standaarden voor de gebieden onderwijsproces, Veiligheid en Onderwijsresultaten. Daar komt één element nog bovenop: of een school weet wat haar kwaliteit is, en of zij in staat is om bij te sturen wanneer dat nodig is. Dat gaat over sturing, kwaliteitszorg en ambitie – het fundament onder duurzaam goed onderwijs. De beoordeling op deze standaarden vormt samen het eindoordeel op school- of afdelingsniveau: Zeer zwak, Onvoldoende of Voldoende.
Daar komt één element nog bovenop: of een school weet wat haar kwaliteit is, en of zij in staat is om bij te sturen wanneer dat nodig is. Dat gaat over sturing, kwaliteitszorg en ambitie – het fundament onder duurzaam goed onderwijs. De beoordeling op deze standaarden vormt samen het eindoordeel op school- of afdelingsniveau: Zeer zwak, Onvoldoende of Voldoende.
Een school krijgt het eindoordeel Onvoldoende wanneer één van de standaarden Resultaten, Zicht op ontwikkeling en begeleiding, Pedagogisch-didactisch handelen of Veiligheid Onvoldoende is. Of wanneer twee standaarden binnen de gebieden Onderwijsproces en/of Veiligheid en schoolklimaat onvoldoende zijn.
Zeer zwak is een ander verhaal. Dat oordeel komt niet uit de lucht vallen; het is het resultaat van structurele én langdurige tekortkomingen. Het moment waarop een school Zeer zwak wordt, is het moment waarop zowel de onderwijsresultaten (in het PO kijken we dan naar de resultaten van de doorstroomtoets over 3 jaar en in het VO naar de vier indicatoren voor onderwijsresultaten) als cruciale onderdelen van het onderwijs onvoldoende zijn, en dat al langere tijd. De combinatie van lage resultaten en onvoldoende onderwijskwaliteit maakt dat het fundament ontbreekt waarop leerlingen kunnen groeien. Daarom is Zeer zwak geen zwaarder woord voor Onvoldoende, maar een wezenlijk ander signaal: dit raakt aan de kern van wat een school moet bieden. Het bestuur is bij het oordeel Zeer zwak dan ook verplicht de ouders hierover te informeren.
In gesprekken met schoolleiders merk ik dat er soms een misvatting leeft: dat de Inspectie tijdens het herstelonderzoek vooral kijkt naar de inspanning. “Als we maar hard gewerkt hebben, dan zien ze dat toch wel?” Maar zo werkt het niet. Er zijn Onvoldoende scholen die zichtbaar alles op alles zetten, maar waar de resultaten drie jaar lang onder de norm bleven. Bij het herstelonderzoek werd het oordeel dan niet Voldoende, maar juist Zeer zwak. De Inspectie kijkt niet alleen naar wat je hebt gedaan, maar vooral naar wat het heeft opgeleverd. Naar het onderwijsleerproces. Naar de kwaliteit van lessen. Naar hoe leerlingen worden begeleid. Naar de resultaten. En naar de sturing op kwaliteit: weet de school waar ze staat, begrijpt ze waarom, en stuurt ze daar effectief op bij? Inspanning vertelt iets over betrokkenheid. Resultaat vertelt iets over kwaliteit.
Het begint met kennis van toezicht en onderwijskwaliteit. Wie de spelregels kent, kan bewuster sturen. Maar kennis alleen is niet genoeg. Scholen die structureel verbeteren, kijken voortdurend naar zichzelf: naar trends in data, naar lessen, naar verschillen tussen leerlinggroepen en naar de vraag in hoeverre het eigen handelen bijdraagt aan groei of stagnatie. Ze analyseren niet alleen wat leerlingen laten zien, maar ook wat leraren laten zien. Ze brengen de kwaliteit van lessen systematisch in kaart en bouwen aan een cultuur waarin feedback normaal is en analyse voelt als vakmanschap, niet als controle. Ze kiezen bewust voor interventies die werken, zoals leerteams, gerichte professionalisering of methodieken als Lesson Study – niet incidenteel, maar als onderdeel van een doordacht kwaliteitsbeleid.
‘Onvoldoende’ en ‘Zeer zwak’ lijken dicht bij elkaar te liggen, maar vertegenwoordigen verschillende werkelijkheden. Beide zijn alleen goed te duiden wanneer je het onderliggende verhaal begrijpt. Wil je meer grip krijgen op waar jouw school of bestuur staat, of hoe je gericht kunt sturen op kwaliteit vóórdat het oordeel van buitenaf komt? Dan begint het met kennis over toezicht.
Neem contact op!
Contact